De evolutie van de RSZ in de kijker

De RSZ en de sociale zekerheid bestaan 70 jaar.

In die tijd zijn de grote lijnen en structuren van het stelsel minder veranderd dan je zou denken. Maar de manier van werken is dat des te meer.

In dit jaarverslag getuigen RSZ-medewerkers over de soms ingrijpende wijzigingen die de RSZ heeft doorgemaakt.

Carte Nova

We hadden elk een grote archieflade barstensvol met kaarten.

Op de dienst Inning gaan we na of alle werkgevers hun sociale bijdrage wel op tijd betalen. Werkgevers die dat niet doen, worden gerechtelijk vervolgd. De rechter legt hen dan op dat ze op gezette tijden een bepaald bedrag aan de RSZ moeten betalen, en wij kijken na of dat ook gebeurt.

Tot een jaar of twee geleden legden wij een ‘novacard’ aan wanneer zo’n werkgever vervolgd werd. Dat is een soort grote steekkaart waarop we al zijn gegevens neerschreven: elke procedure die tegen hem liep, elke betaling die hij had gedaan, de interest die hij moest betalen, de procedurekosten die hij opgelopen had… Omdat we statistieken moesten bijhouden van die novacards, kan ik zeggen hoeveel gevallen mijn collega’s en ik elk beheerden: rond de 350 lopende zaken per maand! Dankzij onze novacards behielden we een goed overzicht over de verschillende procedures per werkgever.

Het was dus geen slecht systeem, maar het had toch nadelen. Het klassement, bijvoorbeeld. Er was de grote archieflade met al onze kaarten erin, die zo zwaar was dat je bureau kon omvallen wanneer je ze opendeed. Maar er kroop vooral veel tijd in het onderhouden van de novacards. We moesten alle gegevens zelf opvragen en controleren bij verschillende diensten, alles met de hand opschrijven, en er zaten gemakkelijk vijf dagen tussen het opstellen van een rekening en de ontvangst door de werkgever. Dat is nu wel even anders.

Lees meer

Bart Van Medegael
Administratief assistent, Dienst Inning

Carte Nova

We hebben zoveel meer ruimte: onze archieven zijn allemaal digitaal. Onze manier van werken is eigenlijk echt radicaal veranderd.

Toen we informatiseerden, hebben we geen digitale novacard gemaakt. We hebben geen overzichtskaart meer. In het begin waren we daar wat zenuwachtig over, maar de praktijk bewijst dat daar geen reden toe was.

De novacard was op haar eigen manier handig, maar het bleef een fysieke kaart die met de hand ingevuld moest worden en van de ene persoon aan de andere doorgegeven moest worden. Nu werken we met een elektronisch dossier per werkgever, waarin verschillende diensten relevante gegevens invoeren. Die gegevens kunnen we dus ook centraal raadplegen. De informatie reist niet meer: we zijn meteen op de hoogte. Ons inningsproces gaat ook veel sneller zonder al dat papier, dus het geld komt vlugger binnen.

We werken nu met twee computerprogramma’s, Ares en Hermes. In Ares vind je alle juridische gegevens over de procedures tegen een werkgever, zoals dagvaardingen en vonnissen. Dankzij Ares gebeurt het niet meer dat we met veel toewijding een novacard volgeschreven hebben, om dan met lichte vertraging te horen dat er toch geen procedure volgt en we onze kaart in de prullenmand mogen gooien. Hermes waarschuwt ons dan weer automatisch wanneer een werkgever een afbetaling gemist heeft. Zo verliezen we geen tijd meer met het controleren van werkgevers die intussen met alles in orde zijn. Vroeger was de kunst om zo veel mogelijk te schrijven zonder kramp in je hand te krijgen. Vandaag bewijs je je kunnen door handig te zijn met Ares en Hermes, en vlot heen en weer te switchen.

Lees meer

Dimitri Fivé
Administratief assistent, Dienst Inning

Inspection

Ons werk is pragmatisch: wij baseren ons op de ervaring van de sociaal controleurs.

Ik ben districtsinspecteur sinds 1989. De meeste van mijn onderzoeken verlopen op de traditionele manier. Wij gaan vooral na waarom een werkgever zijn aangifte niet tijdig ingediend heeft. We brengen hem een bezoek, ofwel onaangekondigd, ofwel nadat we hem op voorhand op de hoogte gebracht hebben. De meeste onderzoeken gebeuren in de sectoren van de kleinhandel, de horeca en de bouw. We vergaderen ook een keer per maand in de arrondissementscel, samen met het arbeidsauditoraat, de andere inspectiediensten, de politie en het Waals Ministerie om te beslissen welke controles we in het kader van SIOD (Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst) zullen uitvoeren.

We baseren ons op de observaties van de sociaal controleurs om bijvoorbeeld te bepalen welke werven we een bezoek zullen brengen. Andere inlichtingen komen van mensen die iets melden, van observaties van de politie... We baseren ons dus eigenlijk op een gans formeel en informeel netwerk van mensen van andere administraties, of soms van particulieren, die iets melden.

Het voordeel is dat het pragmatisch werken is: we maken gebruik van de ervaring van de controleur die aanvoelt dat er iets niet klopt. Elke controleur heeft een sector (2 à 3 gemeenten) en wanneer hij op weg is voor de controles die hem toegewezen zijn, observeert hij tegelijkertijd handelingen die verdacht kunnen zijn. Ons werk is gebaseerd op mensen, op ervaring, eerder dan op informatica. 

Lees meer

Bernadette Kreusch
Sociaal inspecteur

Inspection

Datamining maakt gebruik van de kennis die al bij de inspecteurs aanwezig is.

Sinds enkele jaren doen we bij de inspectiediensten aan datamining. Dat wil zeggen dat we de verschillende databanken waarover de RSZ beschikt, kruisen om te zien of er patronen opduiken die wijzen op een bepaald fenomeen – bijvoorbeeld sociale dumping. Dat ‘databanken kruisen’ is geen kwestie van ergens op een knop te drukken en te wachten tot er iets uit de computer komt. Wil je dat het systeem iets nuttigs voor je vindt, dan moet je wel precies aangeven waar het naar moet kijken. Dat is wat wij doen: risicoscenario’s uitwerken en de parameters bepalen die het ons mogelijk moeten maken om uit de databanken net die werkgevers te lichten die een invorderingsrisico of een grote kans op risico- of frauduleus gedrag vertonen. Menselijke praktijkervaring en interpretatie zijn daarbij cruciaal.

Ons werkproces is cyclisch en de scenario’s worden constant bijgeschaafd. Het begint altijd met de definitie van het fenomeen dat we willen onderzoeken: wat is het precies, wie heeft ermee te maken, en wat willen we precies bereiken? Wanneer dat vastgelegd is, halen we de experten erbij: inspecteurs die hun ervaring op het terrein met ons delen. Met hun input werken wij dan een scenario uit dat moet leiden tot een lijst met risicovolle ondernemingen of werkplaatsen. Dat een onderneming op onze risicolijst staat, wil niet zeggen dat er gefraudeerd wordt, maar alleen dat ze een hoog aantal factoren vertoont die eventueel zouden kunnen wijzen op fraude. Om te kijken of onze scenario’s goed zijn, doen we testen op het terrein. Leveren die niet veel op, dan moeten we aan onze parameters schroeven. Wanneer het scenario uiteindelijk in orde is, gaat de productiefase in.

De inspectiediensten zijn er niet alleen om mensen op de vingers te tikken. Momenteel werken we aan een scenario dat ons moet helpen om nieuwe werkgevers te informeren en bij te staan bij het vervullen van hun plichten tegenover de RSZ. Of hoe datamining ook de sociale kant van ons werk versterkt.

Lees meer

Olivier Uyttenhove
Sociaal inspecteur

Recouvrement

Inlichtingen inwinnen om gericht te kunnen optreden duurde een maand of twee. Soms betaalt een werkgever zijn socialezekerheidsbijdragen en de sancties die hij intussen opgelopen heeft, niet. Dan onderneemt de directie voor Gerechtelijke Navordering stappen om een vonnis te krijgen en op basis daarvan de bezittingen van de werkgever te verkopen. In eerste instantie heb je daarvoor een correct adres nodig. Bleek het adres onjuist, dan moest je vroeger het gemeente- of stadsbestuur aanschrijven om inlichtingen te vragen. Voordat we computers en internet hadden, gebeurde dat per post, met een formulier dat we met de hand aanvulden. Verder hadden we ook de geboorteplaats en -datum nodig om de bezittingen van een werkgever in kaart te brengen. Dat kon nog meer opzoekingen meebrengen. Zodra we antwoord kregen, konden we met die gegevens aan de bevoegde dienst Registratie en Domeinen van het toenmalige Ministerie van Financiën vragen welke onroerende goederen de werkgever bezat. Bij het ministerie deed dan iemand manueel opzoekingswerk in het register: grote boeken waarin ieder onroerend goed genoteerd stond. Je mag er niet aan denken dat ze die inhoud op een bepaald moment in een database hebben moeten stoppen. Als je geluk had, wist je na twee maanden of de debiteur onroerende goederen bezat en zo ja, welke. Maar het kon ook drie of vier maanden duren, want je werd soms van het ene registratiekantoor naar het andere doorverwezen. En natuurlijk gebeurde het dat die onroerende bezittingen intussen al verkocht waren en de werkgever met de noorderzon verdwenen was. Wanneer een notaris of een gerechtsdeurwaarder een eigendom verkoopt, moet hij onder meer nagaan of de eigenaar schulden heeft bij de RSZ. Vroeger wou dat zeggen dat we een heleboel opzoekingen deden voor personen of ondernemingen die eigenlijk geen sociale schulden hadden. Waren die er wel, dan deelden we de schuld per brief mee. Dit betekende dat je een document moest schrijven dat dan naar de dactylografie ging om uitgetypt te worden. Dan is een computer toch handiger… Als je er even bij stilstaat, is ons werk op dit vlak enorm veranderd. Ten goede hoor – maar het was wennen: veel mensen waren nog niet vertrouwd met een pc.

Lees meer

Ingrid Ringoot
Attaché, Directie voor Gerechtelijke Navordering

Recouvrement

Vandaag is een directe toegang tot informatie vanzelfsprekend.

Als je hoort hoe lang het vroeger duurde om dingen te achterhalen die we vandaag als basisinformatie beschouwen, moet je concluderen dat we er met de moderne technologie spectaculair op vooruitgegaan zijn. Zaken waarop je dagen of zelfs maanden moest wachten, vind je nu letterlijk in een paar minuten terug. RRN, Cadweb en Quatro zijn drie computertoepassingen die dat mogelijk maken. Het gaat eigenlijk vooral om rechtstreekse toegangen tot specifieke databases. Vandaag vinden we zulke programma’s vanzelfsprekend.

Via RRN hebben we toegang tot het Rijksregister. Je vindt er in een oogopslag het adres terug van de natuurlijke persoon die optreedt als werkgever of die de werkgever vertegenwoordigt. Geen brieven naar gemeentebesturen meer! Als we informatie willen over de onroerende bezittingen van de werkgever – om eventueel onze schuld op hem te verhalen – raadplegen we Cadweb. Dat vervangt de consultatie van de papieren archieven van de FOD Financiën. Met die toepassingen krijgen we snel een beter zicht op de dossiers, en kunnen we ingrijpen waar nodig.

Met Quatro volgen we de notificaties van notarissen en gerechtsdeurwaarders op. Quatro laat ons toe een overzicht van de schulden van een werkgever, en de vonnissen en dwangbevelen die die sommen vatten, elektronisch te versturen naar de notaris of de deurwaarder. De toepassing bevestigt ook of ons bericht al dan niet ontvangen werd. Sinds de invoering van het systeem verliezen we geen tijd meer met overbodige opzoekingen: meldingen over werkgevers die geen sociale schulden hebben, komen gewoon niet meer tot bij ons. Wanneer we communiceren met een notaris, wordt wel een overzicht van de geactualiseerde, totale schuld van de werkgever in kwestie per post nagestuurd. Het papier is dus toch nog niet helemaal verdwenen uit het navorderingsproces. 

Lees meer

Mathias Naudts
Attaché-jurist, Gerechtelijke Navordering

DMFA

De LATG, de voorloper van de DMFA, maakte ons het leven gemakkelijker!

Van bij de oprichting van de RSZ tot eind de jaren '80 moesten de werkgevers een kwartaalaangifte op papier sturen. Deze papieren overzichten werden naar de RSZ gestuurd – voor grote vennootschappen ging het om behoorlijke pakken papier. Wijzigingen aanbrengen aan die overzichten lag niet bepaald voor de hand. Dat werd manueel gedaan door de medewerkers van de dienst Controle. Het kon gebeuren dat we voor een onderneming met duizenden werknemers er één moesten terugvinden in zo’n pak, en ze waren ze niet eens alfabetisch geklasseerd! Het was een enorm werk: we moesten tussen al die aangiften gaan zoeken!

De LATG heeft op dat vlak ons leven gemakkelijker gemaakt. Het was een systeem dat de RSZ gebruikte om die papieren overzichten van de werkgevers in te voeren. Begin jaren '90 hadden we één computer voor het ganse bureau (20 à 25 personen). Al snel werd het informaticapark uitgebreid en kreeg elke medewerker een computer. Daardoor werd ons opzoek- en wijzigingswerk vereenvoudigd: we konden een persoon op basis van zijn rijksregisternummer terugvinden.

Nu werken we met de DMFA, maar er wordt nog van de LATG gebruikgemaakt als we aangiften van 1990 tot 2002 moeten wijzigen.

Lees meer

Jean-Claude Rousseau
Assistant administratif

DMFA

De DMFA is gebruiksvriendelijker en meer op de buitenwereld gericht.

In 2003, met de komst van de DMFA, konden meerdere instellingen zelf de aangiften in de DMFA raadplegen en wijzigen. Dankzij de informatisering van het systeem zijn we meer naar de buitenwereld gericht. De LATG kan voor wijzigingen enkel door de RSZ gebruikt worden, terwijl de DMFA voor heel wat instellingen beschikbaar is: ook werkgevers en andere socialezekerheidsinstellingen kunnen de aangifte wijzigen. Ze is gebruiksvriendelijker en maakt een snelle uitwisseling van gegevens mogelijk.

De DMFA maakt ook een betere controle van de aangiften mogelijk: de controles gebeuren automatisch, terwijl ze vroeger door de medewerkers uitgevoerd werd. Ook voor de werkgever is het gemakkelijker: voor elke werknemer kent de werkgever het bedrag van de verschuldigde bijdragen.

Lees meer

Daniel Hanocq
Chef de bureau

Fichier des taux

Elk kwartaal corrigeerden wij meer dan 400 aangiften met de hand!

In 1990 werkte ik op de dienst Documenten. Daar maakten wij, in de drie landstalen, papieren aangiften aan met de percentages die dienden om de bedragen te berekenen van de bijdragen die de werkgevers moesten betalen. Het ging om 100 à 150 categorieën van werkgevers. Dit betekende dat we elk kwartaal ongeveer 400 modellen van aangiften handmatig moesten aanpassen! De berekening van de bijdragevoeten beheersten we daardoor wel tot in de puntjes. De aangepaste modellen werden dan naar een externe drukker gestuurd, die ons een drukproef bezorgde. We verifieerden zijn werk en gaven hem groen licht om te drukken. De drukker had vaak heel goede excuses om niet op tijd te leveren; het was soms wel een beetje apart.

Tot in 1993 hadden we geen computers. Later begonnen we de aangiften aan te maken in Global View van Rank Xerox en vanaf 1997 in Microsoft Powerpoint. Van jaar tot jaar daalde het aantal aangiften, want de werkgevers en de sociale secretariaten gingen geleidelijk aan met de elektronische aangifte werken. In 2000 hadden we nog slechts 39.000 ‘papieren’ werkgevers en drukten we ongeveer 50.000 documenten af, dit keer bij de RSZ zelf. Dat was makkelijker om op te volgen en we waren zeker dat de levering op tijd zou komen. Omdat er sinds 2002 geen aangifte op papier meer mogelijk is, bestaat de dienst Documenten niet meer. Toch hebben we nog altijd een bijzondere expertise, omdat we ooit geleerd hebben om alle berekeningen handmatig te doen.  

Lees meer

Fichier des taux

Dankzij de informatisering van het bestand met de bijdragevoeten, worden de aangegeven bijdragen onmiddellijk gecontroleerd.

Sinds 1999 werk ik voor de Directie Bijzondere Toepassingen, die deel uitmaakt van de Controledienst. Wij staan in het bijzonder in voor de integratie van de nieuwigheden in de DMFA. Daartoe maken we onder andere gebruik van het bestand met de bijdragevoeten. Elk kwartaal passen we dit excelbestand aan. De berekeningen gebeurden vroeger met de hand, maar nu zijn de meeste berekeningen geautomatiseerd. Dit bestand met de bijdragevoeten staat ook op de portaalsite van de sociale zekerheid, zodat het door de werkgevers geraadpleegd kan worden.

Toen we bezig waren met de voorbereiding van de DMFA, hebben we het bestand herzien: we hebben meer mogelijkheden ontwikkeld om elk mogelijk geval te voorzien. In de loop van de tijd is het aantal werkgeverscategorieën toegenomen: er zijn er nu 195!

Dankzij de informatisering van het bestand in 2003, worden de aangegeven bijdragen bij boeking gecontroleerd, terwijl vroeger alles door de medewerkers van de controle gecorrigeerd moest worden. Het gaat om een fikse tijdwinst en het is makkelijker voor de werkgevers, want ze moeten zelf geen berekeningen meer maken.

Lees meer

Financement

De financiering van het systeem moest beantwoorden aan de veranderende behoeften van de samenleving.

De sociale zekerheid is een hoeksteen van onze moderne maatschappij. Ze bestaat voor, maar ook door de samenleving. Onze manier van leven is in 30 jaar veel veranderd, en de financiering van de sociale zekerheid weerspiegelt dat. Eerst was ze zuiver sectoraal: alle takken van de sociale zekerheid beheerden autonoom hun middelen, die ze haalden uit bijdragen en rijkstoelagen. Dat systeem werd onhoudbaar door de economische crisis rond 1980, de beginnende vergrijzing en de daling van het geboortecijfer. De werkloosheid en de stijgende medische kosten deden de uitgaven van de RVA en het RIZIV stijgen en hun inkomsten uit bijdragen dalen. De Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers had dan weer minder uitgaven. Resultaat: globale tekorten en sectorale onevenwichten. Er moest iets gebeuren.

Het Fonds voor het Financieel Evenwicht van de Sociale Zekerheid werd opgericht om de situatie recht te zetten. Om het globaal tekort terug te dringen werden de laatste loongrenzen afgeschaft en nieuwe, specifieke bijdragen ingevoerd. Sectoren met overschotten droegen die overschotten over aan het Fonds. De middelen van het Fonds werden dan geval per geval overgeheveld naar sectoren met tekorten. Maar daarvoor was wel telkens een Koninklijk Besluit nodig dat voor advies moest worden voorgelegd aan het beheerscomité van de RSZ. Deze procedure was te zwaar en te traag om de financiering van de sectoren in moeilijkheden vlot te laten verlopen.

De oplossing lag in een directe financiering van elke tak van de sociale zekerheid op basis van zijn kasbehoeften. Om dat mogelijk te maken, werd het Globaal Financieel Beheer bij de RSZ ingesteld. Alle middelen worden gestort op de rekening van het Globaal Beheer bij de RSZ. De afname gebeurt volgens de dagelijkse kasbehoeften van elke sector. Het systeem werd zo aangepast aan de veranderende behoeften van de samenleving. De solidariteit tussen de takken staat nu centraal.

Lees meer

Willy Van der Meulen
Voormalig Directeur-generaal van de Financiële en Statistische Diensten

Financement

De solidariteit van de sociale zekerheid hebben we verzekerd. Nu werken we aan de duurzaamheid van het systeem.

Cijfers zijn geen theoretische, abstracte aangelegenheid. Ze leven. De tijd van statische rapporten is voorbij: vandaag configureer je de cijfers die je nodig hebt tot een rapport op maat. Waarom dat belangrijk is? Omdat het wil zeggen dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor het beleid de impact van hun beslissingen nu veel preciezer kunnen inschatten dan vroeger. De financiering van de sociale zekerheid is meer dan ooit een delicate evenwichtsoefening. Om het geld efficiënt te gebruiken, moeten we heel goed weten waaraan we het uitgeven en wat het opbrengt. Dat kan alleen met transparante cijfers.

Op dit moment wordt de sociale zekerheid betaald met drie soorten geld: de sociale bijdragen, dotaties van de overheid, en de ‘alternatieve financiering’. Dat zijn fiscale ontvangsten die de staat aan ons toewijst. Zo wordt bijvoorbeeld 23% van alle btw-inkomsten voor de ondersteuning van de sociale zekerheid gebruikt.

Door de jaren heen is het aandeel van de alternatieve financiering in de sociale zekerheid gestegen van 1 tot pakweg 13 miljard. Tegelijk is de berekening van dat hoge bedrag een ondoorzichtig kluwen geworden, en de zesde staatshervorming heeft de complexiteit nog vergroot. Als wij de juiste middelen aan de juiste prioriteiten willen spenderen, moeten we de alternatieve financiering stroomlijnen. Het aantal bronnen verminderen en de berekeningswijze vereenvoudigen: dat is waar wij nu naar toewerken. Met een klare kijk op de alternatieve financiering kunnen we de duurzaamheid en stabiliteit van de sociale zekerheid garanderen.

Lees meer

Marc Schiepers
Directeur-generaal van de Financiële en Statistische Diensten